Collectieve renovatie als hefboom voor betaalbare en toekomstgerichte wijken – Lessen uit het Living Lab in Genk

Nieuws06-03-2026

Hoe maken we bestaande wijken klaar voor een klimaatneutrale toekomst? En hoe zorgen we ervoor dat renovatie niet alleen energiezuinig, maar ook betaalbaar en sociaal rechtvaardig is?

In het kader van het Europese oPEN Lab-project delen onderzoekers Erika Meynaerts, Evi Lambie en Pieter Bosmans de belangrijkste inzichten uit het Living Lab in Genk. Daar wordt samen met bewoners, lokale overheden, woonmaatschappijen en bedrijven onderzocht hoe collectieve renovatie kan uitgroeien tot een krachtige motor voor positieve energiewijken.

We zetten de kerninzichten op een rij.

Achtergrond

Het oPEN Lab-project, gefinancierd binnen het Europese Horizon 2020-programma, wil de transitie naar zogeheten Positieve Energiewijken versnellen. Dat zijn wijken waar gebouwen en publieke ruimte samen functioneren als één slim energiesysteem, met een maximale inzet op energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en lokale uitwisseling.

In drie steden – Genk, Pamplona en Tartu – werden Living Labs opgezet. In die reële wijkcontext wordt samen met bewoners getest hoe innovatieve renovatiemaatregelen, energietechnologieën en collectieve systemen in de praktijk werken.

Het document focust op de technische inzichten uit het Living Lab in Genk, met bijzondere aandacht voor collectieve renovatie van bestaande woningen.

Wat is een Positieve Energiewijk?

Een Positieve Energiewijk (Positive Energy Neighbourhood of PEN) is een wijk waar gebouwen, infrastructuur en openbare ruimte slim met elkaar verbonden zijn. De wijk gaat zeer efficiënt om met energie, produceert lokaal hernieuwbare energie en stoot op jaarbasis geen extra broeikasgassen uit door energiegebruik.

Dankzij technologie zoals zonnepanelen, warmtepompen, opslag en slimme sturing kan lokaal opgewekte energie meteen benut of gedeeld worden binnen de wijk. Overschotten kunnen uitgewisseld worden via energiegemeenschappen.

De wijk vormt daarbij een ideale schaal om technische, sociale, juridische en financiële uitdagingen geïntegreerd aan te pakken. In tegenstelling tot individuele renovaties biedt een wijkgerichte aanpak schaalvoordelen, meer samenhang en een grotere maatschappelijke impact:

  • Minder uitstoot van broeikasgassen
  • Meer energiezekerheid
  • Versterking van sociale cohesie
  • Terugdringen van energiearmoede
  • Betere afstemming tussen vraag en aanbod in het energienet

Het Living Lab in Genk

In Genk wordt gewerkt in twee aangrenzende wijken: Nieuw Texas (sociale huurwoningen) en Waterschei-Noord (met veel particuliere eigenaars).

In Nieuw Texas neemt woonmaatschappij Wonen in Limburg het voortouw in een collectief renovatietraject. Er wordt gerenoveerd in bewoonde staat, met prefab-oplossingen om hinder te beperken en de renovatieduur te verkorten.

Intussen zijn 27 sociale huurwoningen gerenoveerd. Via het SmarThor-dataplatform worden meer dan 200 parameters per woning gemonitord, waaronder energieverbruik, binnenklimaat en systeemprestaties.

De eerste resultaten zijn veelbelovend:

  • De energievraag voor verwarming en warm water is ongeveer gehalveerd.
  • Het binnenklimaat is merkbaar verbeterd.
  • Bewoners ervaren meer comfort.

In Waterschei-Noord maakten de eerste gerenoveerde woningen een sprong van EPC-label D of E naar A. Ook daar wordt verdere monitoring opgestart.
De ervaringen tonen dat collectieve renovatie technisch haalbaar is, maar ook dat er belangrijke beleidsmatige en structurele randvoorwaarden nodig zijn.

Zeven belangrijke aanbevelingen

1. Verlaag drempels voor collectieve energiemodellen

Hoewel energiedelen wettelijk mogelijk is, botsen collectieve systemen in de praktijk op hoge netwerktarieven en administratieve kosten. Vooral kleinere projecten ondervinden dat vaste kosten het businessmodel onder druk zetten.

Daarnaast zorgt juridische onzekerheid rond eigenaarschap en beheer van gedeelde installaties voor extra complexiteit. Hervorming van netwerktarieven, vereenvoudiging van administratie en standaardcontracten zijn essentieel om collectieve energiemodellen rendabeler te maken.

2. Voorzie winterbescherming voor alle verwarmingssystemen

Sociale huurders met een budgetmeter en een warmtepomp vallen vandaag niet onder dezelfde winterbescherming als huishoudens met aardgasverwarming. Dat creëert een ongelijk speelveld.

Nochtans bieden warmtepompen op lange termijn perspectief: wanneer elektriciteitsprijzen gunstiger evolueren dan fossiele brandstoffen, kunnen ze structureel voordeliger zijn.
Aangepaste beschermingsmaatregelen en begeleiding bij energiegebruik zijn noodzakelijk om te vermijden dat kwetsbare huishoudens de dupe worden van innovatieve technologie.

3. Verzoen erfgoed en innovatie via een flexibel kader

In wijken met erfgoedwaarde botsen renovatiemaatregelen zoals buitenisolatie of zonnepanelen soms op esthetische richtlijnen.

De ervaring leert dat een objectief en flexibel erfgoedkader, in dialoog met bewoners en experten, noodzakelijk is. Zo kunnen energetische doelstellingen worden verzoend met architecturale samenhang.

4. Bouw sterke één-loketfuncties uit

Bewoners hebben nood aan duidelijke, toegankelijke en geïntegreerde ondersteuning.

Een wijkgericht “one-stop-shop”-model moet:

  • Technische, financiële en sociale begeleiding combineren
  • Beleid, technologie en bewoners verbinden
  • Toegankelijk en persoonlijk aanspreekbaar zijn

Laagdrempelige communicatie verhoogt het draagvlak en versnelt de uitvoering van collectieve renovaties.

5. Investeer in participatie en bewustwording

Collectieve renovatie slaagt alleen als bewoners actief betrokken worden. Participatie vraagt tijd, middelen en professionele begeleiding.

Ondersteuningsmechanismen focussen vandaag vooral op investeringspremies (isolatie, zonnepanelen), maar ook procesbegeleiding, communicatie en gedragsverandering verdienen structurele financiering.

Correct gebruik van nieuwe installaties is essentieel om de beoogde energieprestaties en kostenbesparingen effectief te realiseren.

6. Creëer ruimte voor experiment en leren

Living Labs tonen het belang aan van experimenteerruimte binnen regelgeving.

Tijdelijke uitzonderingen en pilootprojecten maken het mogelijk om te leren wat werkt en wat niet. Het systematisch verzamelen van praktijkervaringen helpt om regelgeving bij te sturen en beter af te stemmen op lokale realiteit.

7. Combineer ondersteunend beleid met sterke lokale samenwerking

Beleidsmaatregelen zijn noodzakelijk, maar niet voldoende. Het succes van collectieve renovatie hangt af van:

  • Intensieve samenwerking
  • Open communicatie
  • Lokale regie
  • Vertrouwen tussen actoren

De ervaringen in Genk tonen dat een sterke lokale regisseur essentieel is om complexe processen te stroomlijnen en alle partijen verbonden te houden.

Conclusie

Collectieve renovatie is meer dan een technische ingreep. Het is een geïntegreerd traject waarin technologie, beleid, financiering en sociale innovatie samenkomen.

De lessen uit het Living Lab in Genk tonen dat positieve energiewijken haalbaar zijn, mits gerichte beleidskeuzes, voldoende experimenteerruimte en structurele ondersteuning van bewoners en lokale actoren.

Hoe sterker het samenspel tussen beleid en praktijk, hoe groter de kans dat bestaande wijken uitgroeien tot betaalbare, fossielvrije en toekomstbestendige leefomgevingen.

Benieuwd naar meer?

Ontdek de volledige paper Collectieve renovatie van bestaande woningen: lessen uit het Living Lab Genk van Erika Meynaerts, Evi Lambie and Pieter Bosmans.