Energiestrategieën en -markten

Richting geven aan beleid: PATHS2050

Voor Pieter Lodewijks van EnergyVille/VITO is PATHS2050 meer dan een scenario-oefening. Het is ook een poging om het energiedebat op een andere manier te voeren. “Wij werken al meer dan 25 jaar aan de modellen achter deze scenario’s,” zegt hij. “We maken scenario’s voor België, voor Vlaanderen, soms ook op Europees niveau. Vaak doen we dat voor overheden, federaties of bedrijven. Dat is heel boeiend werk, maar we voelden ook de beperking: als je zo’n oefening maakt voor één partij, dan krijg je vaak ook maar één kant van het verhaal.”

A man with glasses, crossing his arms, smiling at the camera

Dat gevoel lag mee aan de basis van de PATHS2050 Coalition. In plaats van met afzonderlijke spelers te werken, bracht EnergyVille industriële verbruikers, energieproducenten en spelers uit infrastructuur en netbeheer samen in één team. “We dachten: wat als we partijen samenbrengen die elk vanuit een ander perspectief naar de toekomst kijken, en hen gezamenlijke scenario’s laten maken?” zegt Lodewijks. “Dan krijg je niet alleen een rijker debat, maar ook scenario’s die veel beter laten zien hoe het systeem als geheel werkt.” 

Volgens hem heeft die aanpak de kwaliteit van het werk sterk beïnvloed. “Partners triggeren elkaar enorm,” zegt hij. “Iedereen zit daar met zijn eigen achtergrond en gevoeligheden natuurlijk. BASF kijkt anders naar carbon capture and storage dan een netbeheerder. Fluxys kijkt anders naar het gebruik van gas dan iemand die vooral vanuit elektrificatie redeneert. En over nucleair krijg je natuurlijk ook stevige discussies. Maar die spanning maakt het net interessant. Wij proberen vanuit EnergyVille de neutrale moderator te zijn die daar een kwantitatief kader aan geeft.”

In 2025 leidde dat tot de publicatie van de ‘Main Edition 2025’, waarin drie verschillende scenario’s in de diepte worden uitgewerkt. Voor Lodewijks zit de meerwaarde in wat telkens terugkomt. “Er zijn een aantal rode draden, wat wij soms no-regret-maatregelen noemen,” zegt hij. “De belangrijkste is elektrificatie. Wat je ook doet, als je richting nul uitstoot wil, dan zie je dat ons elektriciteitsverbruik enorm stijgt. Het zal minstens verdubbelen. Tegelijk daalt het totale finale energieverbruik met minstens een derde.” 

Dat noemt hij een van de meest onderschatte inzichten uit de jongste analyses. “Veel mensen denken nog altijd: meer elektriciteit betekent automatisch ook meer energieverbruik. Maar dat klopt niet. Door warmtepompen, elektrische voertuigen en efficiëntere processen heb je finaal minder energie nodig. Elektrificatie is dus niet alleen een extra vraag naar stroom, het is ook een enorme efficiëntiewinst die ons bovendien minder afhankelijk maakt van import van fossiele brandstoffen.” 

Een tweede grote conclusie is dat België veel meer elektriciteit zal moeten produceren. Daar komen offshore wind en zonne-energie heel nadrukkelijk naar voren. “Wat mij echt opvalt,” zegt Lodewijks, “is hoe groot de schaal is van wat we moeten doen. Voor zonne-energie betekent dit dat we jarenlang elk jaar ongeveer evenveel zouden moeten bijplaatsen als in ons beste jaar ooit.” 

Die vaststelling maakt de vertaalslag naar beleid meteen scherp. “De overheid werkt natuurlijk ook met energie- en klimaatplannen,” zegt hij. “Maar wat je daar vaak ziet, is een bijna lineaire voortzetting van wat er vandaag al gebeurt. En dat is geen energietransitie. Als je naar netto nul wil, moet je sneller gaan, en op een aantal domeinen veel sneller.”

“Veel teams binnen EnergyVille werken aan technologieën: batterijen, warmtenetten, netten, flexibiliteit, waterstof... Met onze energiemodellen proberen wij die inzichten op systeemniveau samen te brengen.”

 

Ook rond offshore wind blijft die spanning tussen model en realiteit belangrijk. “In onze modellen is extra offshore wind een heel logische bouwsteen,” zegt hij. “Maar in de praktijk zie je vertragingen, politieke wissels, onzekerheid. Daarom hebben we beslist om daar een aparte deep dive rond te maken. Wat je dan ziet, is dat vertragingen niet alleen gevolgen hebben voor emissies, door compensatie via gascentrales, maar ook de energiefactuur tijdelijk doen stijgen met 4 tot 7%.” 

Een belangrijk punt voor Lodewijks is dat de grote lijnen van PATHS2050 overeind blijven, ook als aannames wijzigen. “Dat is wat we bedoelen met robuustheid,” zegt hij. “Je kunt natuurlijk sleutelen aan aannames over hernieuwbare energie, nucleair of koolstofafvang en -opslag, maar als de hoofdboodschap overeind blijft, dan zegt dat iets. Dan weet je dat bepaalde richtingen fundamenteel zijn, los van verschuivingen in de randvoorwaarden.” 

Lodewijks ziet daar ook een belangrijke rol voor EnergyVille. “Veel teams binnen EnergyVille werken aan technologieën: batterijen, warmtenetten, netten, flexibiliteit, waterstof... Met onze energiemodellen proberen wij die inzichten op systeemniveau samen te brengen. Wat betekent een doorbraak in batterijtechnologie in een bredere energiecontext? Welke rol kunnen warmtenetten spelen? Wat verandert er als CO2 -opslag wel of niet beschikbaar is? Dat is de bijdrage die we leveren.” 

De impact van PATHS2050 ziet hij op meerdere niveaus. “We organiseren publieke events en gaan in gesprek met kabinetten en administraties, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, waar we onze resultaten in detail toelichten.” Hij merkt dat die gesprekken verder gaan dan louter modelresultaten. “Het gaat niet alleen over wat er uit een scenario komt. Het gaat ook over hoe je dat vertaalt naar beleid: renovatiebeleid, warmtepompen, tax shifts tussen elektriciteit en gas, infrastructuurkeuzes. Daar denken we ook echt in mee.” 

Dat de boodschap resoneert, ziet hij ook aan de manier waarop sommige analyses worden opgepikt. “Die deep dive paper over de vertraging van offshore windenergie is in het parlement besproken,” zegt hij. “Dan merk je wel dat zo’n studie leeft. En het helpt natuurlijk dat niet alleen wij die boodschap brengen, maar ook bedrijven en partners die erbij betrokken zijn.” 

Voor Lodewijks ligt daar een van de grootste sterktes van de coalitie-aanpak. “Als alleen een onderzoeksinstelling iets zegt, is dat één zaak. Maar als je spelers uit het hele energiesysteem samenbrengt, dan krijgt die boodschap meer gewicht.” 

Als hij één ding zou willen dat beleidsmakers onthouden uit de resultaten van PATHS2050 in 2025, dan is het vooral de urgentie van systeemkeuzes. “We moeten nu schalen,” zegt hij. “Dat is voor mij de essentie. Niet blijven hangen in één technologie of één stokpaardje, maar begrijpen dat sommige keuzes hoe dan ook terugkomen. Elektrificatie. Meer stroomproductie. Renovatie. Offshore wind. Infrastructuur. Als je daarmee wacht, maak je het systeem duurder en moeilijker.” 

PATHS2050 wil ook niet bewijzen dat er maar één juiste route is. “Er zijn verschillende wegen naar klimaatneutraliteit, maar geen enkele weg laat toe om niets te doen. Dat is misschien de belangrijkste boodschap.”

Wat is PATHS2050? 

PATHS2050 is het scenario- en modelleerwerk van EnergyVille dat in kaart brengt hoe België tegen 2050 klimaatneutraal kan worden, zonder daarbij economische veerkracht uit het oog te verliezen. Sinds 2022 werken meer dan 200 onderzoekers mee aan data-gedreven scenario’s voor het Belgische energiesysteem. EnergyVille/VITO bundelde vervolgens de krachten met negen toonaangevende industriële en energiebedrijven in de PATHS2050 Coalitie. Samen met ArcelorMittal, BASF, Elia, Engie, Fluxys, Holcim, Luminus, Otary en SCK CEN worden inzichten uitgewisseld en de mogelijke scenario’s kritisch getoetst.

Main edition 2025 

In 2025 stelde de PATHS2050 Coalition haar nieuwe resultaten voor in de Main Edition 2025. Daarin werden drie mogelijke routes naar een klimaatneutraal België uitgewerkt: ROTORS, met een sterke nadruk op hernieuwbare energie; REACTORS, waarin nucleaire capaciteit een grotere rol speelt; en IMPORTS, dat sterker rekent op ingevoerde moleculen en elektriciteit. De studie onderzoekt hoe het Belgische energiesysteem binnen elk van die denkrichtingen richting netto nul CO2 kan evolueren, en welke keuzes daarbij zwaar doorwegen voor beleid, industrie en infrastructuur. 

Ondanks de verschillende accenten kwamen in alle drie de scenario’s een aantal duidelijke conclusies terug. De finale energievraag daalt tegen 2050 met ongeveer een derde, terwijl het elektriciteitsverbruik meer dan verdubbelt. Elektrificatie van gebouwen, transport en later ook industrie blijkt in elk scenario essentieel, net als een forse uitbouw van wind- en zonne-energie en nieuw nucleair indien toegelaten, bijkomende infrastructuur en CO2 -opslag voor moeilijk te verduurzamen industrie. ‘Clean molecules’ vullen de energiemix aan en zijn essentieel voor internationaal transport en voor een aantal industriële processen waar elektrificatie niet zal werken.