Een spiegel voor de toekomst
Wie wil groeien, moet niet alleen weten waar hij sterk in is, maar ook waar hij zich verder kan aanscherpen. Daarom liet EnergyVille in 2025 haar positie in het Europese energielandschap extern doorlichten. Die oefening bevestigde een aantal duidelijke sterktes en hielp tegelijk om de volgende strategische keuzes scherper te stellen.
EnergyVille meet zich al jaren impliciet met de sterkste spelers in Europa. Maar hoe sterk staat die positie, als je ze systematisch naast die van andere energieonderzoeksactoren legt? Die vraag lag mee aan de basis van een benchmarkingstudie die in 2025 werd afgerond door Elsevier Analytics.
De analyse moest verder kijken dan wetenschappelijke output en citatie-impact, en ook industriële betrokkenheid en beleidsrelevantie kwantitatief in kaart brengen. De startbasis daarvoor waren thematische datasets per onderzoekslijn, aangevuld met een vergelijking met best-in-class spelers in het Europese energielandschap.
“EnergyVille staat stevig in het Europese veld,” aldus onderzoeksmanager Kris Baert, die de analyse door Elsevier vanuit EnergyVille opvolgde. “Op wetenschappelijk vlak scoren we goed. Wat betreft Europese onderzoeksfinanciering doen we het bijzonder goed. Wat het aantal octrooien betreft, steken we er echt bovenuit.”
Samen sterk
De sterke aanwezigheid van EnergyVille in Horizon Europe en andere Europese kaders werd in de benchmark expliciet bevestigd. “We wisten dat we goed zaten in Europese projectwerving,” klinkt het, “maar de mate waarin heeft ons toch wel verrast.”
Naast de opsteker van de financiering zelf, is het een belangrijk signaal dat het open innovatiemodel van EnergyVille, met veel samenwerking, gedeelde infrastructuur en koppeling aan maatschappelijke uitdagingen, internationaal geloofwaardig is.
De samenwerking vormt heel duidelijk een hefboom, zegt Baert. “We zien een sterke groei van inkomsten en projecten over de voorbije jaren. Zelfs als die groei niet volledig aan de samenwerking zelf toe te schrijven zou zijn, toont ze toch dat er een leverage-effect bestaat: samen bereik je meer dan apart.”
De kracht van EnergyVille zit daarbij niet zozeer in een unieke verzameling expertises, vertellen Baert en Poortmans, maar vooral in de gedeelde visie waarmee al die kennis samen wordt ingezet voor de energietransitie.
Valorisatie als fundament
Een van de opvallendste conclusies uit de benchmark lag op het vlak van octrooien. “Dat onze patentpositie er echt uitsprong, heeft ons wel verbaasd,” klinkt het. “Die sterke positie bevestigt dat EnergyVille niet alleen kennis opbouwt, maar ook over een stevige basis beschikt om die kennis verder te vertalen naar toepassingen die het industrieel weefsel helpen versterken en vernieuwen. Ze onderstreept bovendien dat het open innovatiemodel van EnergyVille ook op dat vlak resultaten oplevert.”
Een dynamisch netwerk
Omdat de analyse vertrok van de verschillende onderzoekslijnen binnen EnergyVille en van wat de vier partners samen doen, maakte ze ook zichtbaar waar verdere integratie of uitbreiding logisch kan zijn. De studie bleek zo niet alleen een meetinstrument, maar ook een hulpmiddel om mogelijke partners en samenwerkingen in kaart te brengen, zowel binnen als buiten het bestaande partnerschap.
“De benchmarking heeft ons getoond hoe EnergyVille’s eigen netwerk kan evolueren,” zegt Poortmans. “In een onderzoekslandschap dat steeds competitiever wordt, en waarin ook buiten Europa de concurrentie sterk toeneemt, is die strategische helderheid geen luxe.
De combinatie van Europese zichtbaarheid, een sterke patentbasis en een gedeelde systeemvisie geeft EnergyVille vandaag een geloofwaardig profiel in een landschap waar wetenschappelijke excellentie steeds vaker hand in hand moet gaan met maatschappelijke en industriële relevantie.
“De studie bevestigt waar we sterk in zijn, en waarop we verder kunnen bouwen. Ze toont een stevige basis voor verdere groei in inhoud, samenwerking en impact,” aldus Poortmans.
“Tegelijk maakt ze duidelijk dat blijvende Europese investeringen in energieonderzoek essentieel zijn om die positie ook in een steeds competitiever internationaal landschap vast te houden en verder uit te bouwen.”