Opiniestuk: Reflectie op het energiepact en de studie 'Energy transition in Belgium: choices and costs'

14-12-2017

Onze vier Belgische ministers van Energie kwamen eerder deze week tot een akkoord over een interfederaal energiepact. Ronnie Belmans en Pieter Lodewijks vergelijken met de kostenefficiënte studie die EnergyVille eerder dit jaar al publiceerde en lichten de mogelijkheden toe.

De vier Belgische energieministers hebben een akkoord bereikt over het interfederaal Energiepact stond eerder deze week in de kranten te lezen. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat de tekst nog moet besproken en goedgekeurd worden door de vier regeringen.

Waar de focus de afgelopen weken dreigde te verstarren tot bij het al dan niet langer open houden van enkele nucleaire centrales, biedt de voorliggende tekst een bredere insteek. Als we de intussen bekende hoofdpunten op een rijtje zetten, dan zijn we op zijn minst positief over de richting die wordt aangegeven.

De ambities op vlak van hernieuwbare elektriciteitsproductie zijn stevig, maar nodig en in lijn met scenario’s die eerder dit jaar door EnergyVille (onder meer in samenwerking met Febeliec) en ook door Elia becijferd werden. EnergyVille gebruikt daarvoor een model dat zoekt naar de meest kostenefficiënte oplossing voor de maatschappij om aan de vraag naar energiediensten te voldoen. 

In het Energiepact gaat men uit van een stijging van wind op zee van de huidige 0,9 GW naar 4 GW (+440 windturbines) in 2030 en voor wind op land van 1,9 GW tot 4,2 GW in 2030 (+800 windturbines). In het kostenefficiente scenario dat EnergyVille berekende, wordt meer ingezet op wind op land en minder op zee, onder meer omdat op het moment van de studie het vermogen op zee wettelijk beperkt werd. Daarentegen hebben we afgelopen jaar heel sterke prijsdalingen gezien voor windenergie op zee en zal door Elia een stopcontact op zee worden gebouwd wat het oogsten van windenergie moet vergemakkelijken. Gelet op het grotere aantal draaiuren van wind op zee en de publieke weerstand tegen windmolens op het land, is deze inzet vanuit politiek standpunt begrijpbaar en kostenmatig liggen de twee oplossingen dicht bij mekaar.

Voor zonenergie wordt een toename van de huidige 3,2 GW tot 8 GW in 2030 vooropgesteld. dat komt overeen met het plaatsen van ongeveer één miljoen extra PV installaties bij huishoudens of in grotere systemen. Deze toename is in lijn met het kostenefficiënte scenario dat EnergyVille berekende.

Als we deze ambities waarmaken, dan wordt de Belgische elektriciteitsvraag voor een kleine 40% ingevuld door groene stroom uit eigen land. Na sluiting van het nucleaire park in 2025, wordt de resterende 60% van onze vraag ingevuld door fossiele productie en door import.

In het door EnergyVille berekende Centrale scenario stijgt de elektriciteitsproductie door gascentrales met ruim 30% tussen 2016 (24 TWh) en 2030 (32 TWh). Investeringen ter vervanging van oude centrales zijn noodzakelijk, maar de totale fossiele productiecapaciteit daalt tot zo’n 6 GW (zowel warmtekrachtkoppeling als gasturbines). Dit betekent dat het aantal draaiuren voor gascentrales sterk zal stijgen wat de rendabiliteit ten goede komt. Ook de import van elektriciteit stijgt met 250% tot 15,6 TWh in 2030.

De stijging van fossiele productie maakt dat de broeikasgasemissies van de elektriciteitssector met zo’n 25% zullen toenemen, van 15 Mton in 2016 tot 19 Mton in 2030. Deze emissies vallen onder het emissiehandelsysteem en daarvoor zullen emissierechten moeten betaald worden. Door toename in energie efficiëntie en elektrificatie (warmtepompen en elektrische voertuigen), dalen de totale Belgische CO2 emissies echter globaal met zo’n 4%. Dit geeft nogmaals aan dat enkel kijken naar het elektriciteitssysteem geen correcte basis is voor politieke keuzes die moeten gemaakt worden.

EnergyVille becijferde eerder dat het langer open houden van 2 nucleaire centrales (2 GW) na 2025 nauwelijks een impact heeft op de groei van hernieuwbare productie. Wel is er een duidelijke impact op de fossiele productie (gascentrales) die niet stijgt ten opzichte van 2016. De jaarlijkse kost van het scenario waarbij 2 nucleaire centrales 10 jaar langer open blijven is 10% lager dan bij sluiting in 2025. Uiteindelijk speelt de gasprijs een cruciale rol in alle scenario’s. In het scenario waarbij we de gasprijs op een gelijk niveau als in 2016 hielden, is de jaarlijkse kost zelfs 22% lager en dat zonder nucleaire productie, bij een scenario met hoge gasprijzen is het resultaat uiteraard het omgekeerde.

De minimalisering van de kosten voor de maatschappij geeft geen directe indicatie van de prijs van elektriciteit die bepaald wordt de kost van de marginale eenheid, netkosten, taksen en heffingen, … Het debat van de elektriciteitsprijzen voor de verbruiker en de maatschappelijk kost van de energietransitie dienen van mekaar gescheiden te worden.

De elektriciteitsproductie is een stukje van de energiepactpuzzel. Keuzes voor de invulling van onze warmtevraag zijn minstens even, zoniet belangrijker. Een wetenschappelijke onderbouw die geen keuzes maakt, maar die de verschillende politieke en maatschappelijke opties op hun kosten, betrouwbaarheid en duurzaamheid aftoetst, vormt een noodzakelijke basis. Correcte wetenschappelijk gebaseerde input vanuit de onderzoekscentra is noodzakelijk om aan de politieke beslissingsnemers toe te laten juiste keuzes te maken. EnergyVille als Europese speler is er klaar voor.

Het wetenschappelijk rapport met alle details over het model, de gehanteerde uitgangspunten en de resultaten kan u vinden op http://www.energyville.be/nieuwsbericht/energy-transition-belgium-choice...